Nieuwsarchief
/

Vrijwilligers NK-veldrijden zitten er warmpjes bij door koffie en dekens

 

“Oeh, it is hjir sa kâld...” Het is zaterdag 13 januari rond half acht wanneer Nynke, Line en Linda de permanence gereedmaken voor twee dagen lang NK-veldrijden in het centrum van Surhuisterveen. Telkens wanneer er een renner binnenkomt om een rugnummer, neemt deze een vlaag kou mee van buiten. De normaliter goed geoliede machine van de permanence dames komt deze keer iets minder vlot op gang. Nadat ze een warm dekentje over de knieën hebben, zit het tempo er al snel weer in.

Tekst en foto's Dick Kooy 

In het perscentrum nabij Bijzonder & Genieten zwaaien Ruurt Postma en Jannie Kompaan de scepter. Zij voorzien journalisten, fotografen en cameramensen niet alleen van perskaarten, ook voor koffie, thee en broodjes kan de media bij hen terecht. “It drippelt hjir lekker troch, it is hjir lekker waarm en hiel gesellich.”

Af en toe moet Postma in actie komen met een forse schroevendraaier. Dan zit er iemand opgesloten in het toilet doordat de kruk van de deur valt. “Hast de broek omheech?”, wil hij weten voor hij overgaat tot actie. Na de bevrijding smaakt een broodje warme knakworst dan dubbel zo lekker en gaan de journalisten heerlijk verwarmd de kou weer in.

Ook de bewakers van de oversteekplaatsen hebben zich prima voorbereid op een paar uurtjes in de kou langs het parkoers. “Ik haw der wol in piamabroek ûnder hjer”, bekennen de meeste van de ruim zestig helpers die verdeeld over deze twee dagen urenlang buiten de wacht houden. Een lekkere warme kop koffie is voor hen dan ook uiterst welkom. Het is Sjoerd Stienstra die deze catering voor de organisatie verzorgt.

In de kofferbak van zijn Microcar vervoert Plofke – zoals hij bij de meesten bekend is – een aantal kannen met koffie en vele broodjes. Vanuit de voetbalkantine rijdt hij langs zwembad Wettervlecke, via de rotonde Vierhuisterweg-Gedempte Vaart langs de B.J. Schurerweg naar de oversteekplaats bij Bakker Bart.

Behendig stuurt Plofke vervolgens zijn smalle autootje tussen paaltjes, hekken en auto's door en bereikt zo iedere locatie “Ik kin oeral moai tuskentroch”, glundert hij. Het is de eerste keer dat de organisatie van deze manier van catering gebruikt maakt. “Oars dan dienen se dit op 't fytske, dan is de kofje kâld as hja op it lêste stasjon binne.”

Voor deze laatste locatie scheurt hij met veertig kilometer per uur langs de Vierhuisterweg richting Harkema, rijdt het fietspad op langs de Feanster feart en stopt bij 'de bult'. Dan zit Stienstra's rondje er op en rijdt hij weer terug naar de voetbalkantine om verse koffie te zetten voor een volgende ronde. “Ik fyn it moai wurk om de minsken hieltiten wer bliid te meitsje mei en waarme kop kofje.”

 
Button