EIT FOKKINGA
Eit Fokkinga, geboren op 28 januari 1887 te Augustinusga, kwam bij toeval in de wielersport
terecht. Toen het gezin Fokkinga nog in het Groningse Winsum woonde, ging Eit elke dag op
de fiets naar school in Groningen. Zodoende bouwde hij een goede conditie op en nam deel
aan enkele 'wilde' wielerwedstrijden. Daarna sloot hij zich aan bij de NWB. Hij oefende thuis
in Augustinusga op een zelf aangelegd primitief baantje. Bij de amateurs kon hij niet starten,
omdat hij in de 'wilde' wedstrijden voor geld had gereden. Reeds op zestienjarige leeftijd reed
Fokkinga derhalve bij de beroepsrenners en hij is waarschijnlijk de jongste prof die de Neder-
landse wielersport ooit heeft gehad. In 1905 werd de afgestudeerde HBS'er op de baan te
Groningen kampioen van het noorden, maar een jaar later kon hij die titel niet prolongeren.
Verrassend werd hij verslagen door de Groninger Menno Beukema. In de wedstrijden in de
provincie was hij bijna niet te verslaan. Waar Fokkinga inschreef, lieten anderen vaak verstek
gaan omdat men dacht toch geen kans te hebben. Tweemaal greep de directeur van de
Rotterdamse posterijen een nationaal sprintkampioenschap op de baan: in 1906 en 1908. De
eerste keer was hij sneller dan Jan van Gent en twee jaar later moest Jan Tulleken het onder-
spit delven. In 1907, 1909 en 1910 werd hij op het zelfde onderdeel derde tijdens het NK. Na
zijn actieve wielercarrière was Fokkinga, die na Augustinusga nog in Leeuwarden, Delft, Den
Haag en Rotterdam woonde, begeleider van de nationale Miss Blanche-baanselectie en in 1926
werd hij bondsbestuurder (secretaris/penningmeester). Men vond Eit Fokkinga "welbespraakt,
intelligent, knap, maar ook zelfingenomen en regelzuchtig". Hij was een groot organisatorisch
talent en professionaliseerde weldra de organisatie binnen de wielerbond. Een gigantische rel,
onder meer met de bekende journalist en ploegleider Joris van den Bergh, zorgde er voor dat
de rol van Fokkinga uitgespeeld raakte. "De chaotische situatie, waarin de wielerbond thans
verkeert, en die indruist tegen elk behoorlijk organisatieprincipe, noopt tot mijn aftreden",
schreef Fokkinga en trad per 1 januari 1927 terug. De teloorgang van de Nederlandsche
Wieler Bond was het gevolg, waarna in 1928 de (Koninklijke) Nederlandsche Wielren Unie
werd opgericht. Kort na de Tweede Wereldoorlog werd Fokkinga directeur-generaal van de
PTT. Hij is in 1961 overleden.