Albertus (Bep) Andriessen junior, zoon van Bep Andriessen ("De Ouwe"), werd geboren op 25 augustus 1918 te Rotterdam. Het wielrennen was hem met de paplepel ingegoten, maar hij moest wachten op zijn eerste licentie tot dat hij de zestienjarige leeftijd had bereikt. In de winter van 1935/36 ging Andriessen, zeventien jaar oud, onder leiding van ploegleider Otto Ebbens, met enkele clubgenoten voor enkele maanden naar de baan in Antwerpen. Men trainde van 's morgens negen uur tot 's middags half zes. Ter plaatse werd een kosthuis bij Martens in de Händelstraat gevonden, van waar het tien minuten lopen was naar het Sport- paleis in Deurne. Daar werd getraind met kleppers als Jan Pijnenburg, Piet Moeskops en "Poeske" Scherens. Om aan wedstrijden mee te doen moest Andriessen vaak vele uren reizen. Voor een wedstrijd op zaterdag in het zuiden van het land vertrok hij dan al op donderdagmorgen op de fiets naar Rotterdam, pikte zijn vriend Joop Demeny op en ze vertrokken vervolgens op zaterdagmorgen in alle vroegte naar de wedstrijd. Net als zijn vader was Bep Andriessen lid van de Ren- en Toeristenvereeniging "Leeuwarden", maar ook was hij aangesloten bij de Alkmaarder club Alcmaria Victrix. Na de oprichting in 1940 van LWV De Friesche Leeuw werd hij voorzitter van die club. Andriessen reed bijna altijd het verzet 48/17. "Dat was mijn wedstrijdversnelling", stelde hij. "De renners zitten nu veel zwaarder en rijden 52/14, 15 of 13. Maar vergeet niet dat een groot verzet niet nodig is om snel te gaan. Souplesse wint het van kracht. Alleen als je 'dood' zit moet je zwaarder gaan draaien. Als je helemaal niks meer kunt, helpt dat grote mes je er wel doorheen", waren wijze lessen van Andriessen junior. Medio 1955 stopte Andriessen met wiel- rennen en legde zich vooral toe op het bestuurlijke vlak. Ook was hij toen al enige jaren jury- lid. In 1968 werd Andriessen benoemd tot erelid van De Friesche Leeuw en op de najaarsver- gadering van 14 november 1978 werd hij door KNWU-hoofdbestuurslid Veenstra onderschei- den met het Zilveren Wiel. Kort na het overlijden van zijn vader, in 1965, was hij gestopt met het granietbedrijf en startte een fietsenzaak: "Het Rennershuis". Men verliet het Auckamastraatje vlak achter het Leeu- warder Stadhuis en betrok een ruim pand aan de Voorstreek te Leeuwarden. Dochter Corrie, getrouwd met Hans Iedema, nam later de zaak over.